Hoe Om Geld Te Verdienen Online Handel 60 Tweede Binaire ...

Update Blog Portfolio

1 Februari ben ik begonnen met documenteren van mijn beleg overwegingen in een blog. Op deze manier probeer ik voor mijzelf vast te leggen welke beslissingen tot wat hebben geleid. Het idee is om elke 'grote' trade vast te leggen in dit openbare virtuele dagboek. Ik dacht misschien interessant voor jullie (:
Blog post
Het is bijna een maand sinds de laatste blog post. Sindsdien is er een hoop veranderd: De wereld indices zijn omhoog geschoten, tegelijk de werkloosheid- en sterftecijfers. Dit is natuurlijk een beetje vreemd, waarom zien we een klim van ruim 80 punten in de AEX-index terwijl de situatie alleen maar verslechterd?
De meningen over deze kwestie zijn verdeeld. De één zegt dat dit een klassieke bull-trap is, de ander zegt dat we in een V-shape recovery zitten, weer een ander zegt dat de printer van de FED ons heeft gered van een recessie. Zelf denk ik dat de FED ons zeker gered heeft van een nog scherpe decline ( >-30%!!) die we gehad hebben, maar als we belangrijke macro-economische variabelen erbij halen , heeft dit waarschijnlijk eerder geleid tot uitstel van een tweede heftige correctie.
De eerste correctie hebben we gehad toen bleek dat de hele wereld on-hold moest worden gezet, de tweede correctie komt waarschijnlijk nadat blijkt dat we niet zo makkelijk terug kunnen naar de oude situatie, voor Corona.
Hierbij komt natuurlijk de liquiditeitsproblemen van grote institutionele investeerders die maar gedeeltelijk kan worden opgelost door schuld op te kopen, tenminste op korte termijn. Op lange termijn gaat dit lastig worden en vraagt wellicht om drastische maatregelen vergelijkbaar met die na de financiële crisis. Denk hierbij aan bijvoorbeeld strengere capital requirements.
Al met al is het dus niet heel gek dat we na de scherpe duik van maart nu weer gestaag omhoog gaan. Maar vergis je niet! Ook al vertaalt de economie zich niet 1-op-1 met de markt, er is natuurlijk een sterk verband.
Cash blijft nog even king. Jaren van stock buy-back, beleggers met FOMO en indexfunds hebben de markt goed opgepompt. De financiële storm die Corona heet is nog lang niet overgewaaid, dus handel met beleid!
In de afgelopen weken heb ik mij laten leiden door mijn emoties en dit heeft, compleet naar verwachting, mij geld gekost. Na de klapper met short gaan heb ik dit proberen voort te zetten, maar zonder enig plan! De grove winsten op mijn puts waren oorspronkelijk bedoelt als hedge en niet als pure speculatie. Ik heb in totaal zo’n 700 euro verloren aan speculatie op Heineken, KLM en Shell.
Vanaf nu gewoon weer puts om premies op te strijken in een hoge-volatiliteit markt, of mijn long positie dekken (in lage IV) door middel van ~10% OTM-puts. Schiet de markt op de een of andere reden recht omhoog, stijgt mijn portfolio en verlies ik maximaal een klein deel van mijn portfolio. Dijkt de markt omlaag, worden mijn puts veel meer waard én kunnen we meer aandelen kopen voor een lagere prijs!
Huidige porfolio, tweede paasdag 2020:
Product Symbool/ISIN Aantal Slotkoers Lokale waarde Waarde in EUR
CASH & CASH FUND (EUR) EUR 2392.50 2,392.50
FERRARI N.V NL0011585146 2 140.60 EUR 281.20 281.20
HEI P60.00 17APR20 NLENX8264782 4 0.09 EUR 36.00 36.00
ISHARES AEX IE00B0M62Y33 18 50.60 EUR 910.80 910.80
ISHARES MSCI WOR A IE00B4L5Y983 3 48.66 EUR 145.98 145.98
PUT 19.06.20 TESLA 370 DE000VA5N9J2 16 1.59 EUR 25.44 25.44
RD P10.00 15DEC23 NLENX7798392 -1 1.56 EUR -156.00 -156.00
RD P13.00 17APR20 NLENX7910849 5 0.03 EUR 15.00 15.00
ROYAL DUTCH SHELLA GB00B03MLX29 40 17.44 EUR 697.76 697.76
VANGUARD S&P500 IE00B3XXRP09 16 48.40 EUR 774.37 774.37
TOTAAL 5,123.05 (+2,950.50)
Een kleine decline van 200 euro in vergelijking met vorige keer. Sinds de laatste keer heb ik mijn positie vergroot in Shell en de AEX. Ik was altijd al fan van Shell dus dat het aandeel van RDS door de helft ging kwam mij niet verkeerd uit. Mijn put optie op AbInbev heb ik verkocht en dit geld gestoken in de AEX. De Heineken P60 en Shell P13 zullen waardeloos expiren. Helaas, dit heeft mij zo’n 500 euro gekost. Gelukkig heeft de stijging van Shell en de AEX index ook een groot deel van deze klap opgevangen. De -1 voor RD P10 staat voor een geschreven put op Shell voor december 2023 waar destijds 300 voor werd gevraagd. Niet verkeerd dus.
Het plan voor de volgende weken is om de VIX-index goed in de gaten te houden en eventueel een put optie te kopen op de AEX om mijn delta iets te verlagen, of zelfs negatief te krijgen. Dit hangt vooral af van de optiepremies. Verder zal ik proberen toch mijn positie te vergroten op de markt. Je kan blijven timen wat je wilt, maar als je bereid was om de AEX te kopen op 600, waarom dan niet op 500?
Voor iedereen die de afgelopen maand veel geld heeft verloren met puts, Houd je taai.
LINK NAAR BLOG
submitted by rengaroz to BeurspleinBets [link] [comments]

Standpunten omtrent CETA van de meeste politieke partijen

Omdat gisteren over CETA gestemd is, en naar aanleiding van de eerdere thread over defensie, leek het me een idee om ook voor dit onderwerp de standpunten van elke partij in één thread te verzamelen. Dus bij deze.
edit - extra informatie:
CETA pagina van de europese comissie
CETA in 60 seconds
CETA FAQ
Volledige tekst? (pdf)
Dit komt allemaal van de EC zelf, ik zoek nog naar andere informatie/toelichting uit niet al te partijdige bronnen.

VVD: VOOR

Toelichting: Het is een goede zaak dat ook de Europese Unie zich inzet voor vrije handel. Wij zijn daarom blij met het vrijhandelsverdrag CETA dat de EU met Canada heeft gesloten. Een soortgelijk verdrag met de Verenigde Staten juichen wij ook toe. Dat kan Nederland ontzettend veel geld opleveren. Daar profiteren niet alleen grote bedrijven van, maar juist ook kleine ondernemers en mensen die een baan zoeken. Een handelsverdrag maakt bovendien de band tussen Europa en de VS sterker. Dat westerse blok is in de huidige wereld van groot belang.
Wij willen een internationaal handelstribunaal oprichten in Nederland. Zo kunnen handelsconflicten door een onafhankelijke rechter worden opgelost. Het is bovendien goed voor het Nederlandse vestigingsklimaat en het levert banen op.
bron

PvdA: VOOR

Toelichting: Economische samenwerking zorgt voor banen en welvaart. Dat is voor de PvdA belangrijk: met werk krijgen mensen een kans en met welvaart kunnen mensen met weinig kansen geholpen worden. Daarom hebben we ingestemd met de voorlopige inwerkingtreding van CETA, het handelsverdrag met Canada. Canada is een democratisch land, waarmee we al heel lang samenwerken. En samen kunnen we beter optreden tegen misstanden in China, Rusland of andere ondemocratische landen. Daarbij vindt de PvdA dat handel er niet alleen is voor bedrijven, maar vooral voor mensen.
De PvdA heeft altijd scherp ingezet op het belang van een rechtvaardig verdrag, waarbij onze sociale normen, milieustandaarden en bijvoorbeeld voedselveiligheid niet in het geding mogen komen. CETA is daarom op veel punten aangepast. Zo is er nu een publiek hof in plaats van een privaat hof voor arbitrage. En hebben we vastgelegd dat onze sociale normen niet mogen worden verlaagd. We hebben ook afgesproken dat er geen enkele concessie wordt gedaan aan voedselveiligheid. En we gaan niet mee met het verlagen van onze milieustandaarden.
Onverminderd blijft de PvdA zich inzetten voor een Multilateraal Hof waar zowel vakbonden als ngo’s misstanden kunnen melden en bedrijven voor een rechter moeten kunnen dagen als dat nodig is. De belangen van sociale partners moeten minstens zo goed beschermd zijn als die van private bedrijven. Want handel is er niet alleen voor bedrijven, maar vooral voor mensen.
bron

PVV: TEGEN

Toelichting: geen bron

SP: TEGEN

Toelichting: TTIP (Transatlantic Trade and Investestment Treaty) is een vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU. Het heeft als doel om handelsbelemmeringen weg te nemen, zodat de VS en de EU meer als één interne markt functioneren. De SP is zeer kritisch over het verdrag, met name vanwege de volgende bezwaren:
Het wegnemen van handelsbeperkingen komt neer op het wegnemen van standaarden die juist bedoeld zijn om burgers en het milieu te beschermen. Allerlei standaarden staan onder druk, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden, duurzaamheid en voedselveiligheid. Als het verdrag wordt aangenomen, betekent dat dat bedrijven vroegtijdig in het wetgevingsproces advies mogen geven over nieuwe regels. De beleidsvrijheid van overheden komt hierdoor onder druk te staan. Het verdrag bevat een hoofdstuk over “investeringsbescherming”. Dat geeft bedrijven de mogelijkheid om landen via een speciale rechtbank aan te klagen als zij menen dat zij belemmerd worden door nationaal beleid. De rechtsstaat wordt gepasseerd, de democratie uitgehold. De totstandkoming van het verdrag vindt achter gesloten deuren plaats en de democratische inspraak schiet ernstig tekort. Met name grote bedrijven konden wensenlijstjes aanleveren toen de grote lijnen van het verdrag bepaald werden. De Tweede Kamer kan het proces moeilijk controleren. Het is nog maar de vraag of nationale parlementen überhaupt goedkeuring mogen geven.
Ondertussen zijn de onderhandelingen over CETA, het verdrag tussen de EU en Canada, afgerond. De bezwaren tegen CETA zijn vergelijkbaar met die jegens TTIP. Het is bovendien nog maar de vraag of alle onderdelen van CETA te rijmen zijn met het Europees recht. Dankzij het verzet van de Walen moet het Europees Hof van Justitie nu een uitspraak doen over de legitimiteit van de speciale rechtbanken die dankzij CETA in het leven worden geroepen. CETA is een gemengd verdrag, wat betekent dat nationale parlementen het goed moeten keuren. Wat de SP betreft keurt Nederland CETA af. Mocht het verdrag toch goedgekeurd worden dan sturen we aan op een referendum over CETA, en als het zover komt ook over TTIP.
bron

CDA: VOOR

Toelichting: CETA is een belangrijk verdrag voor Canada, Europa en voor Nederland als 2e grootste investeerder in Canada! Juist het MKB moet van dit verdrag gaan profiteren, doordat zij nu geen onevenredig grote kosten meer hoeven te betalen om toe te treden op de Canadese markt. Maar niet alleen het economisch belang speelt hier een rol, ook het geopolitiek belang. De Chinezen staan aan de poorten te rammelen en wij hebben nu de kans onze westerse normen en standaarden weerbaarder en toekomst bestendiger te maken, door onze markt te vergroten. Natuurlijk blijven wij als CDA ook goed opletten. Onze voedselveiligheid, sociale- en milieunormen staan als een paal boven water. En ook blijven wij kritisch op de gevolgen voor bijvoorbeeld de Nederlandse vleessector.
bron

D66: VOOR

Toelichting: D66 is voor meer economische samenwerking met landen als de VS en Canada. Door handelsverdragen met deze landen af te sluiten kunnen we hoge internationale standaarden bepalen, voordat opkomende economieën als China, Rusland en in het Midden-Oosten ons hun standaarden opleggen. Deze opkomende landen hebben veel lagere standaarden als het gaat om onder andere mensenrechten, arbeidsomstandigheden en milieu. Ook kan internationale samenwerking Nederlandse banen en welvaart opleveren.
Een handelsverdrag kan een goed middel zijn om de economische samenwerking te versterken. D66 stelt aan handelsverdragen een aantal eisen: 1) Zo moet het verdrag goed zijn voor het MKB 2) Mensen moeten de voordelen gaan merken 3) Het mag niet leiden tot lagere standaarden en de mogelijkheid om standaarden te verhogen moet blijven 4) En het mag de rechtsstaat niet aantasten
Het handelsverdrag met Canada voldoet aan deze eisen en biedt daarbij enorme kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Als je alleen al kijkt naar overheidsaanbestedingen betekent dit toegang tot een markt van dertig miljard euro. Daarnaast worden er overbodige regels en bureaucratische drempels weggenomen waardoor het voor het MKB eenvoudiger wordt om handel overzee te drijven. En door het schrappen van importtarieven verbetert het concurrentievermogen van Nederlandse bedrijven in Canada en de koopkracht van Nederlandse consumenten.
bron

Christenunie: TEGEN

Toelichting: Vandaag heeft de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer tegen de goedkeuring van CETA gestemd. CETA is het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Canada.
Wij zijn vóór handel. Wij zijn voor eerlijke handel. Wij zijn voor goede handelsverdragen die bijvoorbeeld kunnen regelen: Afschaffen van nodeloze belastingen, bescherming van gegevens (privacy), bescherming tegen gevaarlijke stoffen en afstemming over consumentenrechten. Deze zaken worden niet of niet afdoende geregeld in CETA. En handel kent grenzen, althans hoort grenzen te kennen.
Rondom CETA is er politieke doelblindheid gekomen. Wat is de haast? Waarom moet er deze maand getekend worden? Ook de behandeling in het Europees parlement is ongebruikelijk krap. Het is goed om terug te kijken naar waarom de gesprekken over dit verdrag ontstonden: Het zou leiden tot macro-economische groei, werkgelegenheid en er zouden voordelen zijn voor het MKB. Na jaren van onderzoek en onderhandelen blijkt dat de resulterende macro-economische groei tegen valt (voor zover dit betrouwbaar te voorspellen is), de groei van werkgelegenheid niet aantoonbaar is en de voordelen voor het MKB onduidelijk zijn. In de regel weten we dat handelsverdragen de economie stimuleren, maar er is nog een belangrijke reden om wel een vrijhandelsverdrag met Canada te tekenen: het is goed om een blok te vormen met een bevriend land om zo sterker te staan tegenover bijv. China en Rusland.
bron

Groenlinks: TEGEN

Toelichting: GroenLinks is tegen het handelsakkoord tussen de Europese Unie en Canada, CETA. Het akkoord heeft te grote gevolgen voor onze samenleving en democratie: Buitenlandse bedrijven kunnen via ICS Europese overheden aanklagen en het wordt moeilijker om Europese standaarden, (denk aan milieunormen of sociale rechten) aan te scherpen.
Mensen snakken ernaar om internationale samenwerking over een andere boeg te gooien: GroenLinks wil samenwerken bij de aanpak van klimaatverandering, belastingontwijking en toenemende ongelijkheid, in plaats van energie te verspillen aan een handelsakkoord dat nog meer macht geeft aan multinationals.
CETA beperkt onze democratische zeggenschap Net als TTIP (het handelsakkoord tussen de EU en de VS) gaat CETA verder dan veel traditionele handelsakkoorden, die vooral gaan over het afschaffen van onderlinge douanetarieven. Afspraken die we in CETA maken, kunnen we niet meer alleen in Europa aanscherpen. Het bedrijfsleven krijgt met CETA een vinger in de pap nog voordat nieuwe wetgeving kan worden voorgesteld.
Voor GroenLinks is handel een middel om welvaart te verhogen, maar het is geen doel op zich. GroenLinks vindt dat democratisch gekozen volksvertegenwoordigers moeten beslissen welke standaarden voor producten gelden en niet de grote bedrijven.
bron

SGP: TEGEN

Toelichting: De SGP gaat niet akkoord met het CETA-verdrag. “Samenwerking met Canada is prima, maar niet zo.”
Van meet af aan heeft de SGP kritische vragen gesteld bij het CETA-verdrag dat gaat over de handel van Nederland met Canada. De lijn was: het verdrag moet zodanig worden aangepast dat Nederlandse bedrijven en ondernemers een gelijk speelveld krijgen met de Canadezen. Dat is niet gebeurd, reden waarom de SGP tegen het verdrag gaat stemmen.
Een van de grootste hobbels betreft de positie van de Nederlandse boeren. SGP-woordvoerder Bisschop: “Die hebben het heel erg zwaar. De winstmarges zijn buitengewoon smal. Onlangs becijferde ING dat 50% van de varkensboeren onder de armoedegrens leeft. Dat zal onder CETA nog meer worden. Te treurig voor woorden. Ik heb de minister gevraagd deze sector uit te zonderen, maar deze wens is niet gehonoreerd. Dan houdt het voor de SGP op.”
De SGP benadrukt dat goede samenwerking met een land als Canada belangrijk is. “Cultureel, historisch en economisch zijn er veel banden. Ik ben om die redenen voor een goede samenwerking, maar als het zó moet, dan haken wij af,” aldus Roelof Bisschop.
bron

PvdD: TEGEN

Toelichting: De Partij voor de Dieren wil geen vrijhandel ten koste van milieu, dierenwelzijn, voedselzekerheid, mensenrechten en privacy.
Voor de Partij voor de Dieren is handel ondergeschikt aan moraal. Mensenrechten en duurzaamheid mogen niet wijken voor economische kortetermijnbelangen. De Partij voor de Dieren is tegen vrijhandelsakkoorden omdat deze de democratie ondermijnen en grote negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid en voor de keuzevrijheid en privacy van consumenten. Ook het vrijhandelsverdrag met Canada, CETA genaamd, baart ons grote zorgen. De onderhandelingen hierover hebben de afgelopen jaren plaatsgevonden achter gesloten deuren, en nu hebben de Europese Unie en Canada hun handtekening al onder dit verdrag gezet. De Europese Commissie wil zelfs voorkomen dat de lidstaten nog iets te zeggen hebben over dit verdrag. Door dit verdrag zal het onmogelijk zijn om nog voorwaarden te stellen aan de producten die vanuit Canada de EU binnen komen. Dat vindt de Partij voor de Dieren onaanvaardbaar.
De Partij voor de Dieren vindt dat als er toch vrijhandelsverdragen worden afgesloten door de EU, lidstaten daarover altijd het laatste woord moeten hebben. Er zal dan een bindend referendum worden georganiseerd. Daarnaast vinden wij dat bestaande vrijhandelsakkoorden en associatieakkoorden waarin Nederland partner is, herzien moeten worden.
bron

PPNL: TEGEN

Toelichting: De EU onderhandelt momenteel achter gesloten deuren met Canada (CETA) en Amerika (TTIP) over handelsverdragen. Ook onderhandelt de EU met verschillende landen over een ander handelsverdrag (TiSA). De normen voor bescherming van ons milieu staan hierdoor onder druk. Ook ligt misbruik van patent- en auteursrecht op de loer. Deze afspraken ondermijnen ons nationale rechtssysteem.
Deze 'vrijhandelsverdragen' zijn in feite overeenkomsten voor investeerders, die vooral in het belang zijn van grote multinationals. Ze zorgen ervoor dat wij onze regelgevingen verplicht moeten aanpassen. Wanneer onze overheid nieuwe wetten maakt om bijvoorbeeld mensenrechten of ons milieu te beschermen, kunnen multinationals een miljardenclaim tegen onze overheid indienen door de vele vreemde clausules in deze overeenkomsten.
De Piratenpartij is niet tegen handelsovereenkomsten, maar CETA, TTIP en TiSA beschermen grote multinationals ten koste van mens, milieu, democratie en onze rechtstaat. Bovendien bestaan er betere alternatieven (Alternative Trade Mandate6) ) waarmee eerlijke internationale handel gestimuleerd kan worden.
bron

50+: TEGEN

Toelichting: "50PLUS is tegen de handelsverdragen TTIP en CETA."
bron

VNL: TEGEN

Toelichting: We zijn een groot voorstander van handelsverdragen maar niet als dat ten koste gaat van onze soevereiniteit (TTIP).
bron (pdf)

DENK: TEGEN

Toelichting: DENK vindt dat bedrijven te veel invloed krijgen met verdragen als CETA, TiSA en TTIP, omdat bedrijven in speciale rechtbanken staten aan kunnen klagen en er te veel bevoegdheden van burgers en regeringen uit handen worden gegeven. DENK is daarom:
Vóór het stoppen met ondemocratische en niet transparante onderhandelingen over verregaande vrijhandelsverdragen Vóór het voorkomen van voorlopige inwerkingtreding van verregaande internationale overeenkomsten
bron

FvD: TEGEN

Toelichting: CETA (afkorting van Comprehensive Economic Trade Agreement) is het omstreden handelsverdrag tussen de landen van de Europese Unie en Canada. Nederlandse normen over dierenwelzijn, voedselkwaliteit en arbeidswetgeving dreigen erdoor te worden ondermijnd. Zodra het mogelijk is zal Forum hierover een referendum proberen af te dwingen
bron
submitted by _teslaTrooper to thenetherlands [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Van Haga en Lodders over haar bewering dat gebonden hulp verleden tijd is

  Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Van Haga en Lodders (beiden VVD) aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over haar bewering dat gebonden hulp verleden tijd is. Deze vragen werden ingezonden op 20 mei 2019 met kenmerk 2019Z09987.   De Minister voor Buitenlandse Handel   en Ontwikkelingssamenwerking,   Sigrid A.M. Kaag   Antwoorden van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op vragen van de leden Van Haga en Lodders (beiden VVD) aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over haar bewering dat gebonden hulp verleden tijd is   Vraag 1   Kunt u zich uw volgende uitspraak herinneren: “Gebonden hulp is al een concept wat alle EU-lidstaten en OESO/DAC-landen allemaal, collectief hebben achtergelaten”?   Antwoord   Ja.   Vraag 2 Klopt het dat er voor landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die participeren in het OESO Arrangement voor overheidsgesteunde exportkredieten de verplichting geldt dat wanneer zij gebonden hulp willen verstrekken aan een ontwikkelingsland, zij dit aan alle andere OESO-landen en het secretariaat van de relevante OESO-werkgroep moeten notificeren?   Antwoord   OESO-landen die deelnemen aan het Arrangement voor overheidsgesteunde exportkredieten en handelsgerelateerde hulp moeten hun gebonden hulp alleen notificeren aan de andere landen die deelnemen aan het Arrangement en aan het secretariaat van de relevante OESO-werkgroep (artikel 4c en 5a van het Arrangement).   De participanten van het Arrangement hebben daarnaast in een agreement vastgelegd dat ze handelsgerelateerde ongebonden hulp notificeren aan alle OESO landen. Deze database is publiek toegankelijk via de website van de OESO (zie voetnoot 2).   Daarnaast is er de OESO-DAC aanbeveling over gebonden hulp. Deze vraagt DAC-leden om over gerapporteerde ODA aan te geven of deze gebonden of ongebonden is verstrekt.   Vraag 3 Kunt u, gelet op bovenstaande notificatieverplichting, de Kamer een overzicht doen toekomen van:   a) de gebondenhulpnotificaties van alle OESO-donorlanden over de afgelopen vijf jaar;   b) het aantal genotificeerde transacties;   c) de hulpbedragen per genotificeerde transactie;   d) de relevante hulpontvangende landen per genotificeerde transactie;   e) de sector (bijvoorbeeld onderwijs, energie, water en sanitatie, transport, telecommunicatie, gezondheidszorg) per genotificeerde transactie;   f) alsmede de mate van concessionaliteit per genotificeerde transactie?   Antwoord 3 a, c en f   Notificaties door OESO-landen die deelnemen aan het Arrangement worden in vertrouwelijkheid gedeeld met andere OESO-landen die deelnemen aan het Arrangement (zie ook artikel 54, Hoofdstuk IV, Sectie 5, p.36 van de Arrangement). De onder 3 a, c, en f gevraagde informatie kan om die reden niet middels beantwoording van deze Kamervraag aan uw Kamer worden verstrekt. De gevraagde informatie is – onder voorwaarde van diezelfde vertrouwelijkheid - inzichtelijk voor leden van de Tweede Kamer op het Ministerie van Financiën.   Wel bied ik u met betrekking tot de vragen 3d en 3e niet herleidbare, geaggregeerde data aan, waarmee een beeld ontstaat van de omvang van deze handelsgerelateerde gebonden hulp. Onderstaande overzichten betreffen enkel het gebonden deel van transacties.   Antwoord 3 b   Het aantal genotificeerde transacties van gebonden hulp over de periode van 2014 – 2018 is 823.   Antwoord 3 d   Genotificeerde gebonden hulp per doelland (mil SDR)   Jaar   Land   2014   2015   2016   2017   2018   Afghanistan   60,0   194,0   326,0   360,0   60,0   Angola   3,0   112,0   Armenia   2,1   2,1   15,0   Bangladesh   198,1   174,5   160,8   134,5   122,6   Benin   6,0   15,0   30,0   Bolivia   0,4   37,3   74,2   Bosnia and Herzegovina   8,0   6,0   Brazil   15,0   Burkina Faso   30,3   Cabo Verde   16,7   3,0   Cambodia   107,9   108,8   79,8   100,6   204,3   Cameroon   0,2   1,4   4,2   1,4   2,1   Chad   0,3   Colombia   15,0   16,5   300,0   100,0   Côte d’Ivoire   0,2   89,1   179,1   48,1   Democratic Republic of the Congo   30,8   30,0   30,0   460,0   Dominican Republic   19,0   4,0   Egypt   345,8   48,7   246,8   180,0   143,5   El Salvador   23,5   113,1   2,1   Ethiopia   15,4   16,0   148,5   2,0   81,7   Georgia   54,3   6,1   5,3   7,4   224,4   Ghana   60,9   12,3   28,7   42,2   Guatemala   36,1   122,1   235,0   Guinea   0,3   Haiti   9,0   10,0   75,0   Honduras   15,0   2,3   90,0   62,1   16,4   India   11,0   33,9   1.262,5   1.010,3   Indonesia   26,5   32,5   1.159,5   127,1   851,4   Iraq   431,7   219,0   195,0   Jamaica   15,0   Jordan   40,6   83,5   70,0   15,0   Kazakhstan   30,0   Kenya   129,7   24,1   128,7   36,1   167,5   Kosovo   25,0   1,4   27,8   Kyrgyzstan   50,5   6,0   11,2   6,0   53,1   Laos   45,3   43,9   136,2   111,1   203,1   Lebanon   60,0   100,0   Lesotho   2,0   Liberia   30,0   30,0   Macedonia (FYROM)   34,0   14,5   Madagascar   0,3   30,0   200,0   Mali   6,0   Mexico   15,0   15,0   8,5   8,5   Moldova   2,1   15,9   26,6   6,1   Mongolia   8,7   2,1   161,5   18,7   168,2   Morocco   11,0   2,5   74,9   41,9   Mozambique   65,6   87,3   2,0   Myanmar   173,5   102,3   109,8   228,0   279,9   Nepal   4,0   5,0   15,0   30,0   30,0   Nicaragua   84,0   23,3   74,6   45,9   74,1   Nigeria   60,0   60,0   Pakistan   163,2   62,5   148,2   60,0   56,3   Papua New Guinea   143,1   Paraguay   0,2   Peru   60,0   Philippines   50,3   1.323,5   5,3   3.141,3   634,9   Rwanda   0,3   Sao Tome and Principe   2,0   0,5   Senegal   88,3   10,7   141,3   32,7   Serbia   6,0   17,5   Somalia   75,0   60,0   South Africa   0,5   South Sudan   8,5   Sri Lanka   572,1   16,6   5,8   289,5   1.045,2   Sudan   15,0   Tajikistan   0,5   30,0   Tanzania   93,9   15,2   81,8   15,2   42,9   Thailand   36,0   Timor-Leste   0,5   30,0   Tunisia   24,0   134,7   Turkmenistan   4,0   Uganda   2,0   3,0   Ukraine   0,5   535,0   170,0   92,0   182,4   Uzbekistan   12,4   39,3   81,1   113,0   Viet Nam   253,9   455,7   248,0   290,2   196,3   West Bank and Gaza Strip   33,2   140,0   690,0   4,0   Zambia   23,5   4,0   100,0   30,0   Zimbabwe   6,0   30,0   Grand Total   3.518   4.393   6.298   7.543   6.779   Antwoord 3 e   Genotificeerde gebonden hulp (mil SDR)*   Rapportage jaar   [CRS Code] - sector   2014   2015   2016   2017   2018   [11000] - education   115   52   329   241   483   [12000] - health   324   342   419   1.367   669   [14000] - water and sanitation   669   901   324   93   292   [15000] - government and civil society   312   343   548   355   241   [16000] - other social infrastructure and services   133   19   50   219   206   [21000] - transport and storage   1.358   1.949   3.189   3.491   3.787   [22000] - communications   186   42   111   94   105   [23000] - energy generation, distribution and efficiency   95   80   246   19   172   [24000] - banking and financial services   23   1   60   30   [25000] - business and other services   9   105   36   369   160   [31100] - agriculture   152   156   530   388   178   [32100] - industry   5   60   120   102   286   [32200] - mineral resources and mining   15   136   [32300] - construction   0   104   660   [41000] - general environmental protection   19   145   323   45   34   [99800] - unallocated   105   93   12   70   30   Grand Total   3.518   4.393   6.298   7.543   *SDR =Special Drawing Rights   Vraag 4 Kunt u de Kamer een overzicht doen toekomen van de Official Development Assistance (ODA) van alle individuele OESO-landen over de afgelopen vijf jaar en daarbij per OESO-donorland een splitsing maken in gebonden hulp en ongebonden hulp?   Antwoord   In tabel 1 treft u een overzicht aan van de bilaterale ODA-commiteringen van OESO-landen, opgesplitst in gebonden en ongebonden hulp in miljoenen US Dollars over de periode 2013-2017. Gegevens over 2018 zijn nog niet beschikbaar.   Tabel 1. bilaterale ODA-commiteringen van OESO-landen, opgesplitst in gebonden en ongebonden bilaterale hulp in miljoenen US Dollars   Bron: OESO   Vraag 5 Kunt u de Kamer een overzicht doen toekomen van de totale gebonden en ongebonden hulp per landencategorie op basis van de inkomenscategorieën van de Wereldbank?   Antwoord   In tabel 2 is een overzicht opgenomen van de totale gebonden en ongebonden bilaterale hulp per landencategorie op basis van de inkomenscategorieën van de Wereldbank.   Tabel 2. Totale gebonden en ongebonden bilaterale commiteringen per landencategorie van de Wereldbank in miljoen USD   Landencategorie Wereldbank   Ongebonden   Gebonden   LDCs   122.846   25.269   2013   30.151   4.789   2014   24.092   5.137   2015   23.017   5.641   2016   21.447   4.911   2017   24.139   4.791   LMICs   130.863   30.353   2013   25.750   6.469   2014   26.884   5.061   2015   24.257   7.167   2016   24.994   6.187   2017   28.979   5.469   MADCTs   868   126   2013   303   29   2014   281   33   2015   53   23   2016   200   15   2017   32   26   Other LICs   1.727   464   2013   368   98   2014   311   83   2015   366   100   2016   335   146   2017   347   37   Part I unallocated by income   33.733   6.566   2013   6.379   1.068   2014   6.112   1.361   2015   6.647   1.633   2016   8.041   1.229   2017   6.554   1.275   UMICs   56.299   11.634   2013   7.792   2.531   2014   10.399   2.605   2015   10.325   2.442   2016   15.414   1.672   2017   12.370   2.385   Totaal   346.336   74.412   Bron: OESO   Vraag 6 Kunt u de Kamer een overzicht doen toekomen van alle ongebonden hulp van alle OESO-landen en inzichtelijk maken welke bedragen per individueel OESO-land van de ongebonden hulp uiteindelijk terugvloeien naar leveranciers van diensten en/of goederen uit het donorland (dus zowel voor hulpontvangende landen die niet en wel onder de OESO Aanbeveling voor de ontbinding van hulp vallen)?   Antwoord   OESO-landen wordt niet gevraagd te rapporteren over ongebonden hulp die terugvloeit naar de donor die deze hulp heeft verstrekt. Daarover is derhalve geen informatie beschikbaar.   In het OESO 2018 rapport over de DAC Aanbeveling is in tabel 6 de distributie van alle contracten met leveranciers te zien, maar deze tabel maakt geen onderscheid tussen gebonden en ongebonden hulp.   Nederland rapporteert aan de OESO-DAC over de omvang van de ODA die verstrekt is aan ontwikkelingslanden op activiteitenniveau. Nederland rapporteert niet over het aantal afgesloten contracten. Om die reden zijn in tabel 6 geen gegevens over Nederland opgenomen.   Vraag 7 Deelt u de brede internationale zorg dat de in de Development Assistance   Committee (DAC) van de OESO gerapporteerde ongebonden hulp weliswaar de jure ongebonden is, maar de facto toch gebonden is of kan zijn?   Antwoord   De analyse in het OESO 2018 rapport over de DAC-aanbeveling over ongebonden hulp laat een gemengd beeld zien. Over het geheel is er nog steeds sprake van een toename van ongebonden hulp, met uitzondering van een paar landen (zie de tabel bij vraag 4).   Dat hulp de facto terug kan stromen terwijl ze de jure ongebonden is kan worden verklaard door beleidskeuzes die donorlanden maken, ingegeven door kennis en expertise waarover ze zelf beschikken. Zo zijn er donoren die hun hulp inzetten in sectoren waar ze zelf goed in zijn. Daarmee blijven een effectieve inzet van ODA en een level playing field uitgangspunten, maar wordt wel de kans vergroot dat bedrijven en organisaties uit het donorland opdrachten verkrijgen.   Vraag 8 Wat zou volgens u het antwoord van Nederland en de Europese Unie moeten zijn op al deze ontwikkelingen?   Antwoord   Het kabinet is voorstander van ongebonden hulp, in lijn met afspraken in OESO-DAC verband. Ook voor de EU is dit een belangrijk principe, zoals al in 2002 uiteen is gezet in de mededelingen “Untying aid: enhancing the effectiveness of aid, die nog steeds wordt uitgevoerd.   Ongebonden hulp draagt niet alleen bij aan de kwaliteit en kosteneffectiviteit van hulp, maar ook aan verbeterde transparantie en verantwoording over de hulp. Daarnaast draagt ongebonden hulp bij aan lokaal eigenaarschap. Nederland blijft zich daarom zowel binnen de OESO als in EU verband inzetten voor ongebonden hulp.   Tegelijkertijd beoogt het kabinet om Nederlandse organisaties en bedrijven in te zetten bij het bereiken van ontwikkelingsdoelstellingen, zeker in die sectoren waarop ze een comparatief voordeel hebben vanwege de kennis en kunde waarover ze beschikken. Zie ook het antwoord bij vraag 7. Wat telt is dat er een gelijk speelveld is waar de beste uitvoerder (op prijs en kwaliteit) wint.   Dat neemt niet weg dat Nederland zich ook sterk blijft maken om maximaal gebruik te maken van kennis en expertise die in de focusregio’s aanwezig is.   Vraag 9 Kunt u deze vragen vóór het algemeen overleg Handelsbevordering d.d. 29 mei 2019 beantwoorden?   Antwoord   Nee, het zorgvuldig beantwoorden van uw vragen heeft om meer tijd gevraagd.
  Datum: 13 juni 2019   Nr: 2019D24822   Indiener: S.A.M. Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Lodders over de tariefsverhoging van 35% door Skal Biocontrole

Geachte Voorzitter,   Hierbij stuur ik uw Kamer de antwoorden op schriftelijke vragen van het lid Lodders over de tariefsverhoging van 35% door Skal Biocontrole (ingezonden 21 januari 2019, kenmerk 2019Z00856).   Carola Schouten   Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit   2019Z00856   1   Bent u bekend met de tariefsverhogingen van 35% van Skal Biocontrole (Skal)?   Antwoord   Ja.   2   Klopt het dat de tarieven van Skal aan u worden voorgelegd en worden goedgekeurd?   Antwoord   Ja, dit is geregeld in artikel 17, eerste lid, Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.   3   Wat vindt u van de tariefsverhoging voor de jaarlijkse bijdrage van een regulier biologisch bedrijf aan Skal van ongeveer 35% (van 792 euro in 2018 naar 1069 euro in 2019)? Kunt u een toelichting geven waarom u het gerechtvaardigd vindt een verhoging van 35% door te voeren?   Antwoord   Ik vind dat op dit onderdeel het tarief van Skal fors gestegen is. Dat geldt overigens niet voor alle tarieven van Skal, die in het Tarievenblad 2019 van Skal zijn opgenomen. Het merendeel van de Skal-tarieven is verhoogd met circa 2 á 4%. In de onderstaande tabel wordt de verhoging van de belangrijkste tarieven van Skal weergegeven.     Tarief   2018   Tarief   2019   Procentuele verhoging   Eénmalige registratie       Eénmalige registratiebijdrage   € 140   € 146   4,3   Toelatingsonderzoek starttarief   € 217   € 242   11,5   Toelatingsonderzoek uurtarief   € 95   € 97   2,1   Toeslag spoed   € 332   € 344   3,6         Jaarlijkse bijdrage   Landbouw   € 357   € 482   35   Landbouw klein bedrijf   € 92   € 94   2,2   Bereiding, handel, opslag   € 435   € 587   35   Bereiding klein bedrijf   € 169   € 172   1,8   Import   € 802   € 1.083   35     Inspectietarieven   Inspectie starttarief   € 217   € 242   11,5   Inspectie uurtarief   € 95   € 97   2,1   Fluctuaties in tarieven van meer dan 5%, vermeerderd met de inflatiecorrectie, binnen een periode van een jaar dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen (gematigd tarievenbeleid). Ik heb mijn goedkeuring aan de hoogte van dit onderdeel van de tarieven echter niet willen onthouden. De verhoging was noodzakelijk voor Skal om, rekening houdend met een sterke groei in de biologische sector, haar taken zo doelmatig en doeltreffend mogelijk te kunnen blijven uitvoeren.   Ik ga ervan uit dat een dergelijke verhoging eenmalig is, omdat de combinatie van diverse omstandigheden in het jaar 2018 die tot de hoge kosten voor Skal hebben geleid en ook ten grondslag liggen aan de onderhavige tariefsverhoging, zich niet weer in deze mate zullen voordoen. Ik ben met Skal in overleg om de ontwikkeling van de tarieven de komende jaren zich geleidelijk te laten ontwikkelen   4   Welke extra taken liggen aan deze verhoging ten grondslag?   Antwoord   Er is geen sprake van extra wettelijke taken die worden gefinancierd uit het genoemd tarief.   5   Heeft een gecertificeerde biologische ondernemer alleen met het toezicht van Skal te maken of hebben ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en/of andere organisaties een toezichthoudende rol? Zo ja, welke en op welke manier wordt dit toezicht uitgevoerd? Zo nee, is de controle op biologische bedrijven vergelijkbaar met de controle op gangbare bedrijven? Zo nee, waarin zitten de verschillen?   Antwoord   Een gecertificeerde biologische ondernemer valt, net als niet-biologische ondernemers, onder het toezicht van de NVWA die bewaakt of bedrijven zich houden aan de wettelijke vereisten voor veilig voedsel. Dit is een risicogericht toezicht op de gehele voedselketen en in verschillende sectoren. Daarnaast heeft deze ondernemer te maken met het risicogerichte toezicht op naleving (inclusief fysieke controle) door Skal van de Europese kwaliteitsregelgeving op het gebied van de biologische landbouw.   6   Kunt u een vergelijkend kostenoverzicht maken tussen een gangbaar bedrijf en een biologisch bedrijf in de verschillende sectoren met betrekking tot een ‘gemiddeld’ bedrijf en een ‘gemiddeld’ toezicht?   Antwoord   De kosten voor een biologisch bedrijf bestaan net als bij een gangbaar bedrijf uit de kosten voor het reguliere toezicht van de NVWA, voor zover dit via de tarieven wordt doorbelast. De kosten dienen te worden vermeerderd met de kosten van Skal voor de uitgevoerde controles en toezicht bij een biologisch bedrijf.   De tarieven van Skal en NVWA zijn te vinden op hun websites.   7   Kunt u het takenpakket van Skal en de wijze waarop dit wordt uitgevoerd toelichten? Kunt u toelichten welke taken er in het takenpakket 2019 zijn toegevoegd in vergelijking met 2018? Zijn deze extra taken als gevolg van Europese wetgeving, nationale wetgeving of regels of door Skal opgelegd?   Antwoord   Skal is in artikel 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 aangewezen als de controlerende autoriteit in de zin van artikel 27, vierde lid, onder a, van verordening (EG) 834/2007 (Biologische verordening). In die bepaling is opgenomen dat een controlerende autoriteit beschikt over gekwalificeerd personeel en de middelen die nodig zijn om de taak te vervullen. Skal is, conform de artikelen 15 en 17, tweede lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, belast met certificatie, registratie en toezicht op naleving ten aanzien van biologische productiemethoden. In 2019 (en 2018) is geen sprake van toevoeging van extra wettelijke taken voortvloeiende uit Europese of nationale regelgeving.   Mede naar aanleiding van aanbevelingen uit het laatste evaluatieonderzoek van Skal, dat op 22 mei 2018 naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstuk 25 268, nr. 162), is Skal wel aan het verkennen hoe ze hun conformiteitsbeoordeling en toezicht efficiënter en toekomstgericht kunnen inrichten. Hierbij hoort ook het beter benutten van de beschikbare handhavings- en sanctiemogelijkheden en een doorontwikkeling van het risicogericht toezicht. Met betrekking tot dit laatste geeft de nieuwe Biologische verordening (EU) nr. 2018/848 vanaf 1 januari 2021 daarvoor ook meer ruimte.   8   Op welke manier en hoe vaak controleert Skal of bedrijven voldoen aan de normen en eisen die zijn gesteld aan het biologische keurmerk? Hoe vaak is er in 2018 een inspectie uitgevoerd op de bedrijven buiten de reguliere inspectie? Wat waren de uitkomsten van deze inspecties?   Antwoord   Skal houdt toezicht op de naleving van de Europese normen op het gebied van de biologische landbouw door (niet-) geregistreerde marktdeelnemers. Het controlesysteem van Skal voor geregistreerde marktdeelnemers bestaat uit certificatie en toezicht. Skal komt in beginsel elk jaar bij een bedrijf. In het geval van een herinspectie, een inspectie op basis van risicogericht toezicht of een wijziging van bedrijfsactiviteiten komt Skal vaker dan één keer per jaar bij een bedrijf. Het totaal aantal uitgevoerde inspecties voor de biologische sector in 2018 was 6.568. De inspecties die buiten de reguliere inspectie vallen zijn opgenomen in de onderstaande tabel. In 2018 zijn vier bedrijven gedecertificeerd en daarnaast is van twee bedrijven het biologisch certificaat opgeschort.   Type inspectie   Aantal   Wijziging bedrijfsactiviteiten   249   Gerichte fysieke inspectie   963   Herinspectie op locatie   208   Intermediair   8   Inspectie niet op locatie   348   Monstername   441   Niet geregistreerde marktdeelnemer   3   9   Hoeveel gecertificeerde bio-ondernemers zijn er per 1 januari 2019 in Nederland? Kunt u het verloop van het aantal gecertificeerde bio-ondernemers over de afgelopen tien jaar aangeven?   Antwoord   Het aantal gecertificeerde bio-ondernemers per 31 december van het betreffende jaar is in onderstaand overzicht opgenomen.   Jaar   Gecertificeerden   2018   5046   2017   4730   2016   4417   2015   3977   2014   3738   2013   3601   2012   3423   2011   3411   2010   3133   2009   2889   10   Hoeveel fte's werken er bij Skal (per 1-1-2019)? Hoeveel fte's voeren controles uit op bedrijven en hoeveel fte's toetsen bedrijven die het biologisch keurmerk willen dragen?   Antwoord   Ultimo 2018 werkten er bij Skal totaal 49 fte. Voor 2019 wordt rekening gehouden met een groei naar circa 60,5 fte. Het aantal fte dat zich bezighoudt met controles op gecertificeerde bedrijven is 43 fte en het aantal fte’s dat toeziet of bedrijven het biologisch keurmerk mogen gaan dragen is 6,5 fte.   11   Hoeveel inspecties hebben medewerkers van Skal maandelijks in 2018 uitgevoerd?   Antwoord   In het onderstaande overzicht is het aantal fysieke bedrijfsinspecties die door medewerkers van Skal zijn uitgevoerd per maand weergegeven.   Maand   Aantal bedrijfsinspecties   Januari   310   Februari   353   Maart   431   April   423   Mei   561   Juni   467   Juli   499   Augustus   487   September   427   Oktober   572   November   605   December   442   12   Welke kosten zijn hier voor de ondernemer aan verbonden? Kunt u uitgebreid toelichten hoe deze tarieven zijn opgebouwd?   Antwoord   De ondernemer krijgt met meerdere kostzen van Skal te maken die gedekt worden door de wettelijke tarieven van Skal. Skal hanteert een kostprijscalculatiemodel om de toerekening van alle kosten transparant te maken. De kostprijzen die ten grondslag liggen aan de tarieven van Skal worden op basis van bedrijfseconomisch aanvaardbare verdeelsleutels bepaald. De tariefstructuur bestaat uit componenten ter dekking van kosten die rechtstreeks verband houden met de onderliggende activiteiten (bijvoorbeeld invloed van loon- en prijsontwikkelingen), ter dekking van kosten die redelijkerwijs aan de activiteit kunnen worden toegerekend (kosten ICT, interne kosten bedrijfsvoering, overige overheadkosten) en tot slot over- of onderdekking teneinde de vermogenspositie van Skal te wijzigen. De egalisatiereserve van Skal dient om incidentele mee- of tegenvallers en bijvoorbeeld ook niet ieder jaar voorkomende uitgaven worden ‘uitgesmeerd’ over meer begrotingsjaren, waardoor de tarieven van Skal minder of zelfs in het geheel niet zullen behoeven te variëren in de loop van de jaren. De benodigde reservevorming wordt bepaald aan de hand van een opgestelde risicoanalyse, benodigd werkkapitaal en toekomstige investeringen. In de nog in te richten raad van advies (op basis van recente statutenwijziging van Skal) kunnen vertegenwoordigers van de sector bij de totstandkoming van het besluit tot vaststellen van de hoogte van de tarieven door het bestuur van Skal mede richting daaraan geven.   13   Krijgt Skal, als onafhankelijk toezichthouder, subsidies of andere financiële middelen van de Nederlandse overheid? Zo ja, welke, hoe hoog was de financiële bijdrage in 2018 en waar is deze voor gebruikt?   Antwoord   Skal ontvangt geen financiële middelen van de Nederlandse overheid.   14   Is Skal de enige toezichthouder in Nederland op biologische producten? Zo nee, welke toezichthouder(s) is/zijn er nog meer? Zo ja, wat vindt u hiervan, zeker gezien de relatief grote tariefsverhogingen die Skal eenzijdig en onafhankelijk kan doorvoeren?   Antwoord   Skal is aangewezen als de controlerende autoriteit in Nederland op producten met het beschermde wettelijk keurmerk biologisch. Skal kan niet eenzijdig en onafhankelijk tariefsverhogingen doorvoeren als gevolg van de vereiste ministeriële goedkeuring voor de hoogte van het door Skal vast te stellen tarief en het vaststellen van haar begroting.   15   Deelt u de mening dat er eigenlijk meerdere toezichthouders geaccrediteerd zouden moeten zijn om extreme kostprijsverhogingen te voorkomen? Zo nee, wat vindt u ervan dat de toezichthoudende organisatie de kosten kan verhogen en de ondernemer die hiervan afhankelijk is geen andere keuze kan maken?   Antwoord   Ik verwacht van Skal dat zij transparant zijn in hun tarievenopbouw en efficiencyverbetering en kostenreductie blijven nastreven. Ik ben daarover in gesprek met Skal, zodat een gematigd tarievenbeleid in de toekomst kan worden gehandhaafd. In de huidige tariefsystematiek heb ik als minister de bevoegdheid om de op wettelijke basis door Skal vastgestelde tarieven goed te keuren of in de plaats van deze goedkeuring jaarlijks of periodiek een maximumbedrag vast te stellen.   De inzet en accreditatie van meerdere controleorganisaties zullen niet automatisch tot lagere tarieven ter dekking van de kosten van hun taakuitvoering leiden. Een dergelijke opzet kent ook zijn eigen nadelen. De markt van private controleorganen die beschikken over de gewenste expertise voor de biologische controles is bijvoorbeeld relatief klein. Dit beperkt reeds de concurrentie en prijsdruk. De kwaliteit van de dienstverlening van de private controleorganen dient daarbij, ondanks lagere tarieven, ook continue gewaarborgd te blijven. De ervaring in landen waar meerdere private controleorganen zijn aangewezen voor het uitvoeren van controles leert dat het een reëel risico is dat biologische producenten (veelvuldig) van controleorgaan wisselen om aan een risicoprofiel te ontkomen. Op dit moment zie ik geen aanleiding om wijzigingen in het huidige controlesysteem aan te brengen.   16   Is er een instituut dat toezicht houdt op Skal? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke? Op welke manier vindt het toezicht op Skal plaats? Wie rapporteert over dit toezicht en waar is deze informatie te vinden?   Antwoord   Het toezicht op Skal vindt op verschillende manieren plaats. De Raad voor Accreditatie verricht jaarlijkse audits op grond van de normen in de relevante Europese biologische kwaliteitsregelgeving en rapporteert daarover naar Skal.   Voorts houdt mijn ministerie als bevoegde autoriteit (financieel) toezicht op de taakuitvoering door Skal. Op grond van artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen dient vijfjaarlijks een evaluatieonderzoek plaats te vinden ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van een (privaatrechtelijk) zelfstandig bestuursorgaan zoals Skal door de Eerste en Tweede Kamer. Het laatste evaluatieonderzoek van Skal is op 22 mei jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstuk 25 268, nr. 162).   Tot slot ziet de Europese Commissie erop toe dat de Europese biologische kwaliteitsregelgeving juist wordt toegepast en nageleefd. In 2014 heeft de Food and Veterinary Office (FVO) een audit uitgevoerd in Nederland ter beoordeling van het controlesysteem voor biologische productie en etikettering van biologische producten   17   Hoeveel toezichthouders op bio-ondernemers zijn er in onze buurlanden, Duitsland en België?   Antwoord   In Duitsland zijn er 17 controleorganisaties actief en in België 4.   18   Wanneer verwacht u het jaarverslag van Skal over het jaar 2018 te ontvangen?   Antwoord   Op grond van artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen dient Skal als privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan vóór 15 maart 2019 haar jaarverslag over het jaar 2018 naar mijn departement en de Eerste en Tweede Kamer toe te zenden. Het jaarverslag 2018 is recent gepubliceerd op de website van Skal en voor 15 maart jl. toegezonden naar de genoemde partijen.   19   Kunt u de vragen één voor één beantwoorden?   Antwoord   Ja.  
  Datum: 24 april 2019   Nr: 2019D17177   Indiener: C.J. Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het oordeel van de VN dat mensenrechten worden aangetast door beleggers

Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het oordeel van de VN dat mensenrechten worden aangetast door beleggers.(ingezonden 5 april 2019)   1 Wat is uw reactie op het oordeel van de Verenigde Naties dat mensenrechten worden aangetast door beleggers vanwege de manier waarop zij huizen opkopen en bewoners behandelen? Welke consequenties verbindt u aan dit belangrijke oordeel? 1)   Antwoord op vraag 1 Het hebben van een dak boven je hoofd is een belangrijk recht en mede daarom stevig verankerd in onze Grondwet. De Verenigde Naties heeft het bedrijf Blackstone, de regeringen van de Verenigde Staten, Zweden, Spanje, Denemarken en Tsjechië per brief benaderd over hun zorgen over de positie van huurders in die landen. De VN vraagt daarbij aandacht voor onmiddellijke gedwongen huisuitzettingen van huurders bij late betalingen van huren, betalingen van servicekosten voor oneigenlijke doeleinden zoals de behandeling van een bezwaar van een huurder door de verhuurder, excessieve huurverhogingen voor zittende huurders en huisuitzettingen van huurders vanwege bestemmingswijzigingen van wooncomplexen. De VN ziet deze praktijken als voorbeelden van mensenrechtenschendingen in de huurwoningmarkten. Het is goed dat de VN internationaal pleit voor betere bescherming van de positie van huurders. De praktijken die de VN benoemt zijn voorbeelden die in Nederland niet zomaar kunnen vanwege onze goede huurbescherming. Met de stevige Nederlandse huurbescherming en mijn aanpak van excessief verhuurgedrag wil ik voorkomen dat de praktijken, zoals die door de VN zijn benoemd, ook in de toekomst geen voet aan de grond kunnen krijgen in Nederland.   2 Wat is uw (morele) oordeel over het feit dat de Amerikaanse investeerder Blackstone voor zeker 200 mln. euro aan huurpanden wil opkopen van particuliere beleggers in Amsterdam en Rotterdam? 2)   Antwoord op vraag 2 Er zijn berichten dat de Amerikaanse investeerder Blackstone voor 200 miljoen euro panden heeft gekocht van particuliere verhuurders in de steden Rotterdam en Amsterdam om zelf te verhuren[1]. Er is nog weinig bekend over deze specifieke casus. Blackstone zou op de vastgoedmarkt vanuit twee takken opereren, een tak die op kortere termijn hoog rendement verwacht en bereid is daarvoor risico’s te nemen, en een tak die langjarige investeringen doet. Volgens het FD[2] investeert Blackstone in Nederland met kapitaal van institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, en willen zij een langjarige, duurzame verbinding aangaan met de Nederlandse woningmarkt. Het behalen van rendement is op zichzelf geen verkeerd verschijnsel in een normale markt. Een stabiel beleggingsklimaat is ook nodig voor de beschikbaarheid van voldoende kapitaal om woningen te kunnen bouwen. Wel is het belangrijk dat dit niet ten koste gaat van de betaalbaarheid en kwaliteit van huurwoningen, en dat de bescherming van de rechtpositie van huurders gewaarborgd blijft. Huurbescherming en goed verhuurgedrag zijn voor mij belangrijke prioriteiten, ik zet mij in om dat in stand te houden en stevig te verankeren voor de toekomst. 3 In welke Nederlandse gemeenten gaat Blackstone huurhuizen opkopen of heeft dit al gedaan, en zijn hier sociale huurwoningen bij?   Antwoord op vraag 3 Volgens het FD[3] heeft Blackstone 240 woningen gekocht in Amsterdam en 200 woningen in Rotterdam. Daarnaast zijn 70 commerciële vastgoedlocaties, zoals winkels, gekocht. Hier zitten geen woningen van woningcorporaties tussen, dat is bevestigd door de Autoriteit woningcorporaties. 4 Is het waar dat de investeerder zich vooral richt op 'ondergewaardeerde huizen', wat volgens de VN betekent dat die nu nog betaalbaar zijn voor de bewoners? Hoe verhoudt deze werkwijze zich tot de problemen die Blackstone elders al veroorzaakt heeft?   Antwoord op vraag 4 Volgens het FD[4] wil Blackstone de gekochte huurpanden effectiever gaan verhuren, door bijvoorbeeld leegstaande kelders en zolders in appartementen te veranderen. Samen met de aanpak van achterstallig onderhoud moet dat circa 50 extra appartementen opleveren. Ook wil Blackstone de appartementen verduurzamen.   De VN geeft aan dat Blackstone in andere landen ondergewaardeerde woningen koopt, deze opknapt om vervolgens een veelvoud van de oorspronkelijke huur te vragen. Als huurders dit niet kunnen betalen volgt huisuitzetting. Anders dan de berichtgeving in het FD heb ik verder geen zicht op de specifieke casus en wat Blackstone van plan zou zijn met de woningen in Nederland. Zoals eerder aangegeven worden de praktijken zoals door de VN benoemd in Nederland bestreden dankzij onze goede huurbescherming. Ook beleggers moeten bijdragen aan een betaalbaar, toegankelijk en leefbaar woonmilieu. In de nieuwbouw en bestaande bouw. Ongeacht of het kapitaal van de belegger uit het binnenland of het buitenland komt.   Een (nieuwe) verhuurder kan niet zomaar de huur van een zittende huurder verhogen, ook niet bij een geliberaliseerd contract in de vrije huursector. Ook hoeft een zittende huurder niet te accepteren dat woningverbeteringen worden aangebracht. Een verhuurder moet voor complexgewijze renovaties toestemming krijgen van 70 procent van de huurders, en voor individuele renovaties van alle huurders. Huurverhogingen zijn mogelijk op twee manieren: via een (indexerings)clausule in het huurcontract of via een aanbod van een nieuw huurcontract. Als er in het huurcontract een (indexerings)clausule is opgenomen, dan is de jaarlijkse huurverhoging al aan het begin van de huur overeengekomen. In het huurcontract staat dan vermeld voor welk percentage of welk inflatiepercentage is gekozen. De huurder kan bezwaar maken bij de verhuurder als deze een ander (hoger) percentage gebruikt dan in het huurcontract is vermeld. De verhuurder komt dan namelijk het contract niet na. Als er geen (indexerings)clausule in het huurcontract staat, dan kan de verhuurder alleen de huur verhogen door een nieuw huurcontract aan te bieden met een hogere huurprijs. Als de huurder hier niet mee instemt, dan zal uiteindelijk de rechter moeten beoordelen of het aanbod voor een nieuw huurcontract redelijk is geweest. De huurbescherming is goed geregeld in Nederland, een huurder kan niet zomaar uit een woning worden gezet. 5 Is het terecht dat (buitenlandse) investeerders rekenen op nog meer prijsstijgingen? In hoeverre vindt u dit rechtvaardig ten opzichte van huurders, starters en potentiële huiseigenaren die hun huurprijzen onbetaalbaar zien worden en/of niet in staat zijn een koophuis te bemachtigen?   Antwoord op vraag 5 Onlangs zijn er diverse berichten gewijd aan het mogelijk afkoelen van de woningmarkt. De NVM geeft aan dat prijzen van woningen nog steeds stijgen, maar minder hard dan eerder het geval was[5]. De Nederlandsche Bank schat in dat de prijzen van bestaande koopwoningen in 2018 met 9,0% gestegen zijn, in 2019 met 5,5% zullen stijgen en in 2020 met 2,8%[6].   Diverse groepen hebben moeite om een passende woning te vinden, vooral in de grote stad. Op landelijk niveau is de positie van starters niet verslechterd ten opzichte van de jaren voor de crisis. Ook blijven starters de grootste groep kopers in de vier grote steden, al nemen de activiteiten van beleggers daar gestaag toe en die van koopstarters het laatste jaar juist af. Lokaal kan mogelijk sprake zijn van verdringing. Ik volg de toegankelijkheid voor deze groep, en ook andere groepen, daarom nauw. Naast mogelijke verdringing zie ik dat door een toenemende krapte het aantal beschikbare betaalbare woningen voor groepen als starters lokaal sterk afneemt.   Woningen moeten beschikbaar blijven om in te wonen, of dat nu huur is of koop. Door passende en betaalbare woningen bij te bouwen zullen groepen als starters langjarig worden geholpen. Daarvoor zijn investeringen nodig, ook van beleggers. Beleggers moeten daarom nog steeds een marktconform rendement kunnen halen. Ik zet mij ervoor in om de excessieve rendementen die leiden tot woekerhuren tegen te gaan. Om dit te bereiken werk ik een mogelijke ‘noodknop’ uit. De ‘noodknop’ kan het voor gemeenten lokaal mogelijk maken om de aanvangshuurprijs in de vrije sector te maximeren op basis van een percentage van de WOZ-waarde. Ik ben mij ervan bewust dat deze maatregel ingrijpend is, zelfs met het stellen van wettelijke kaders. Daarom is het belangrijk om deze optie zorgvuldig verder uit werken. Dit doe ik door middel van twee onderzoeken die voor de zomer gereed zijn. Ook heb ik een onderzoek uitgezet naar de vraag of sprake is van een prijseffect op woningen door particuliere beleggers in stedelijke gebieden. Een mogelijk prijsopdrijvend effect kan een aanwijzing zijn voor de verdringing van starters van de woningmarkt. 6 Welke andere plannen hebben Blackstone, of andere (internationale) beleggers, met Nederlandse huurwoningen? Kunt u uw antwoord toelichten?   Antwoord op vraag 6 Ik heb geen zicht op plannen van beleggers met Nederlandse huurwoningen. Diverse gemeenten maken prestatieafspraken met beleggers voor nieuwe toevoegingen aan de lokale woningvoorraad. Het ‘Utrechts Biedboek Middenhuur’ is hier een mooi voorbeeld van. In de provincie Utrecht slaan beleggers, woningcorporaties en ontwikkelaars de handen ineen om de komende jaren 7.000 middenhuurwoningen bij te bouwen. Afspraken over hoe dit te realiseren, staan in het biedboek. Verder is bij de verkoop van corporatiewoningen aan derden, zoals beleggers, vooraf een oordeel van de onafhankelijke Autoriteit woningcorporaties nodig. 7 Bent u bereid om, bij het door u toegezegde onderzoek naar particuliere beleggers op de woningmarkt, ook de rol van megafirma’s als Blackstone of Round Hill Capital te betrekken? Zo nee, waarom niet, mede gezien het feit dat het bij 60% ging om handel tussen beleggers onderling en dat huurwoningen de grootste categorie zijn geworden op de vastgoedbeleggingsmarkt volgens Capital Value? 3)   Antwoord op vraag 7 In het aangehaalde onderzoek naar particuliere beleggers op de woningmarkt wordt specifiek gekeken naar de aankopen van bestaande koopwoningen door particuliere beleggers. Onderzocht wordt in welke mate de aankopen van bestaande koopwoningen door particuliere beleggers leiden tot een prijseffect. Eventuele prijseffecten van transacties tussen beleggers onderling vormen dus geen onderdeel van dit onderzoek. Wel heb ik naast dit onderzoek het CBS en Kadaster gevraagd de kenmerken van particuliere verhuurders en de aan- en verkoopstromen tussen koop, particuliere en sociale verhuur nader in beeld te brengen (zie bijvoorbeeld Staat van de Woningmarkt 2018).   8 Welke andere maatregelen dan de onderzoeken die u heeft aangekondigd, neemt u om ervoor te zorgen dat huizen waar mensen wonen niet veranderen in puur financiële instrumenten voor particuliere of buitenlandse beleggers? Met andere woorden, hoe gaat u ervoor zorgen dat hoge rendementen niet ten koste gaan van de betaalbaarheid, de kwaliteit van woningen en de rechten van huurders? Op welke termijn zijn maatregelen te verwachten? 4) Antwoord op vraag 8 Het is belangrijk zowel meer middenhuur toe te voegen als excessen aan te pakken. Ik houd scherp in de gaten waar bijsturing noodzakelijk en proportioneel is. Aan de bijsturing werk ik via diverse sporen. Want beleggers die in hun rol als verhuurders excessief gedrag vertonen moeten aangepakt worden. Hiervoor werk ik samen met stakeholders aan de aanpak “goed verhuurderschap”. Ik heb u onlangs via een brief[7] geïnformeerd over de goede samenwerking met partijen. We werken aan het versterken van bestaande regelgeving, en indien nodig nieuwe regelgeving, voor de aanpak van huisjesmelkers. Investeringen in uitbreiding van het woningaanbod blijven noodzakelijk. Investeerders moeten daarom nog steeds een marktconform rendement kunnen halen en ook in de toekomst blijven investeren in nieuwe woningen. Echter, excessieve rendementen die leiden tot woekerhuren wil ik tegengaan. Zoals gezegd werk ik in het kader van de motie Van Eijs/Ronnes de mogelijkheden voor een ‘noodknop’ uit en zal daar ook verder onderzoek naar doen. Deze onderzoeken zijn voor de zomer gereed. Ook overweeg ik het puntenaantal voor de WOZ in het woningwaarderingsstelsel te maximeren. Ik heb dat benoemd in mijn brief van 22 februari jl.[8]. Daarnaast vind ik het van belang om goed in beeld te krijgen wat de toenemende activiteiten van beleggers betekenen voor de toegankelijkheid en financiële stabiliteit van de woningmarkt. Samen met het Kadaster, Amsterdam Business School Finance Group van de Universiteit van Amsterdam en de Nederlandsche Bank onderzoek ik daarom in hoeverre sprake is van een prijseffect op woningen door particuliere beleggers in stedelijke gebieden. Dit geeft ook inzichten over de mogelijke verdringing van koopstarters uit de markt. Ook gaat het kabinet verkennen of een differentiatie van de overdrachtsbelasting voor starters en beleggers op een doelmatige, doeltreffende en uitvoerbare wijze mogelijk is en zal in het door de staatssecretaris van Financiën aangekondigde onderzoek naar bouwstenen voor verbetering van het belastingstelsel[9] wordt onderzocht of huurinkomsten op een andere manier kunnen worden belast.   Het is ook van belang dat de rol van gemeenten in de samenstelling van de woonvoorraad wordt verstevigd. Hiervoor werk ik via diverse sporen. Zo onderzoekt Platform 31 het gebruik van de bestemmingscategorie sociale koop voor nieuwbouwwoningen, om woningen door gemeenten duurzaam toe te wijzen aan onder andere starters. In 2017 is het besluit ruimtelijke ordening al aangepast, waardoor gemeenten nu in het bestemmingsplan voor nieuwbouw middenhuur als bestemmingscategorie kunnen opnemen. Ook kijk ik samen met diverse gemeenten naar de (on)mogelijkheden van een woonplicht in de bestaande bouw. In de woondeals maak ik verder afspraken hoe meer middenhuurwoningen toegevoegd kunnen worden aan de voorraad. Het is aannemelijk dat een verruimd aanbod van huurwoningen de huurprijzen minder snel zal doen stijgen.   9 Bent u bereid om de WOZ-waarde uit het huurpuntenstelsel te halen, zodat de prikkel verdwijnt om huizenprijzen en huurprijzen op te drijven? Zo nee, waarom niet en aan welke begrenzing van de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel denkt u dan? Antwoord op vraag 9 Zoals ik heb aangegeven in mijn brief van 22 februari jl. (32 847, nr. 470), overweeg ik het maximeren van het aandeel dat de WOZ-waarde kan hebben in het totaal aantal punten volgens het woningwaarderingsstelsel. Vooralsnog denk ik aan een WOZ-maximum van circa een derde. Ik bezie deze maatregel in overleg met relevante sectorpartijen als Vastgoed Belang, IVBN, Aedes, de Woonbond, VNG en de gebieden waar een begrenzing op het aandeel WOZ tot effecten kan leiden.   10 Bent u bereid uw standpunt over de zelfbewoningsplicht te herzien, en tegemoet te komen aan de wens van bijna de helft van de Kamer die dit wel als een goed instrument ziet om gemeenten als mogelijkheid mee te geven in de “gereedschapskist” van gemeenten, zoals u het heeft genoemd? 5) 6)   Antwoord op vraag 10 Gemeenten beschikken over diverse instrumenten om indien nodig lokaal te sturen op de beschikbaarheid van woningen. Er zijn gemeenten die gebruik maken van de huidige privaatrechtelijke bevoegdheden als eigenaar van de grond om voor nieuwbouw een vorm van zelfbewoningsplicht af te dwingen, via bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst of erfpachtvoorwaarden. Ik hoor van diverse gemeenten dat zij zoekende zijn naar verdergaande bevoegdheden. Ik heb bedenkingen bij de proportionaliteit van een generieke woonplicht. Desalniettemin heb ik de Tweede Kamer toegezegd te bezien hoe de juridische belemmeringen voor gemeenten die wensen hun koopwoningen beter dan nu te beschermen tegen bepaalde vormen van verhuur, bijvoorbeeld in oudere stadswijken, kunnen worden weggenomen met betrekking tot een zelfbewoningsplicht voor bestaande koopwoningen. Hierbij heb ik oog voor het eigendomsrecht, het recht op vrijheid van vestiging en vrije verkeer van kapitaal. Ik ben daarvoor in gesprek met diverse gemeenten.   11 Wilt u per direct de overheidswebsite om buitenlandse beleggers aan te trekken om Nederlandse volkshuisvesting op te kopen, ‘Investing in Dutch Housing', uit de lucht halen? Zo nee, waarom niet? 7)   Antwoord op vraag 11 In zowel de huur- als de koopsector is sprake van schaarste in het betaalbare woningaanbod. De komende jaren zijn daarom veel extra woningen nodig, in het bijzonder in het middenhuursegment. Ook de vraag naar hypotheken zal bij een groeiende woningvoorraad stijgen. Voor beiden is financiering nodig. Marktpartijen kunnen via hun investeringen een bijdrage leveren aan het realiseren van deze extra woningen of de funding van nieuwe hypotheken. Het is belangrijk dat er voldoende financiering beschikbaar is en blijft voor de woningmarkt: daar kunnen zowel binnen- als buitenlandse marktpartijen voor zorgen. Een website vind ik een goed middel om feitelijke informatie over de mogelijkheden op en de werking van de Nederlandse woningmarkt te delen. Vanuit efficiencyoverwegingen ben ik van plan om dit jaar de website ‘investing in Dutch housing’ te integreren in de website ‘woningmarktbeleid.nl’ of ‘government.nl’. 12 Bent u bereid om elke vraag afzonderlijk te beantwoorden en deze niet te clusteren zoals u vaak doet?   Antwoord op vraag 12 Ja. 1) Parool, 28 maart 2019, https://www.parool.nl/buitenland/belegger-tast- mensenrechten-aan-oordeelt-vn~a4625111/ 2) FD, 12 maart 2019, https://fd.nl/ondernemen/1292783/amerikaanse-belegger- aast-op-huurpanden-in-amsterdam-en-rotterdam 3) https://www.trouw.nl/samenleving/beleggers-kochten-nog-nooit-zoveel- huurwoningen~a65c043e/ 4) Kamerbrief nummer, dd 13 maart 2019, 32847-475 5) Stemmingsuitslag over de motie Beckerman c.s. over een zelfbewoningsplicht (nummer 32847-489) https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/verslagen/detail?id=2019Z05036&did=2 019D10477 6) Gecorrigeerd verslag van de plenaire vergadering van 13 maart 2019, https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail?vj=2018- 2019&nr=62&version=2 7) https://www.investingindutchhousing.nl   [1] FD (2019) Amerikaanse belegger aast op huurpanden in Amsterdam en Rotterdam, 12 maart 2019 [2] FD (2019) Woningdeal Blackstone in Amsterdam en Rotterdam rond, 3 april 2019 [3] FD (2019) Woningdeal Blackstone in Amsterdam en Rotterdam rond, 3 april 2019 [4] FD (2019) Woningdeal Blackstone in Amsterdam en Rotterdam rond, 3 april 2019 [5] NVM (2019), Woningmarkt gaat richting evenwicht, echter krapte blijft, 11 april 2019 [6] DNB (2018), Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten, december 2018 [7] Kamerbrief over aanpak goed verhuurderschap, 9 november 2018 [8] Kamerbrief over maatregelen huurmarkt en evaluatie herziene Woningwet, 22 februari 2019 [9] Kamerstukken II 2018/19, 32140, nr. 50.
  Datum: 29 april 2019   Nr: 2019D18011   Indiener: K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Jasper van Dijk over de hervestiging van zieke vluchtelingen

  Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.   Hierbij bied ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door het lid Jasper van Dijk (SP) over de hervestiging van zieke vluchtelingen.   Deze vragen werden ingezonden op 5 oktober 2018 met kenmerk 2018Z17778.   De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,   Mark Harbers   Antwoorden Kamervragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de hervestiging van zieke vluchtelingen (ingezonden 5 oktober 2018, nr. 2018Z17778)   Vraag 1   Wat is uw reactie op de uitzending van Zembla 'Vluchtelingenkinderen met kanker niet welkom in Nederland'? 1)   Antwoord vraag 1   Ik heb de uitzending gezien. Ik herken mij niet in het beeld dat wordt geschetst van de inzet en werkzaamheden van UNHCR en Nederland met betrekking tot hervestiging. Namens de vertegenwoordiging van UNHCR in Nederland kan ik u melden dat UNHCR eenzelfde mening is toegedaan.   Vraag 2   Waarom zijn er maximaal 30 plaatsen van het Nederlandse hervestigingsquotum ingeruimd voor medische gevallen terwijl het hele hervestigingsprogramma juist bedoeld is voor de meest kwetsbare vluchtelingen?   Vraag 3   Klopt het dat het medisch sub quotum van 30 vaak niet gehaald wordt? Bent u bereid ervoor te zorgen dat er dit jaar minstens 30 vluchtelingen met medische problematiek naar Nederland kunnen komen?   Antwoord vraag 2 en 3   Hervestiging is bedoeld voor vluchtelingen die in het opvangland waar zij zich bevinden kwetsbaarder zijn ten opzichte van de andere vluchtelingen in dat opvangland, en niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland of lokaal kunnen integreren.   Een medische aandoening leidt niet automatisch tot kwetsbaarheid in de zin van hervestiging. Om te beoordelen of een vluchteling kwetsbaar is in de zin van hervestiging heeft de UNHCR zeven voordrachtcategorieën ontwikkeld. Al die categorieën leiden ertoe dat een vluchteling extra kwetsbaar kan zijn.   ‘Medical needs’ is slechts een van die categorieën, naast bijvoorbeeld ‘survivors of violence and/or torture’ en ‘women and girls-at-risk’. Als wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een specifieke categorie kan een vluchteling op die grond door de UNHCR voor hervestiging worden voorgedragen. Ten aanzien van een individuele zaak kunnen op grond van dezelfde omstandigheden meerdere categorieën van toepassing zijn.   Daarnaast geldt het sub quotum slechts voor medische zaken die voldoen aan de daartoe gestelde voorwaarden. Nederland kent sinds de invoering van het jaarlijkse hervestigingsquotum in de jaren 80 een sub quotum voor medische zaken en al geruime tijd is dit gesteld op maximaal 30 personen op jaarbasis, inclusief gezinsleden. De zaken moeten vallen onder de UNHCR ‘medical needs’ voordrachtcategorie, de noodzakelijke behandeling (d.w.z. medische expertise) moet niet beschikbaar zijn in het opvangland, geen behandeling moet uiteindelijk leiden tot ernstige fysieke of mentale schade, en behandeling in Nederland moet resulteren in een substantiële verbetering in de gezondheidstoestand van betrokkene. Met de huidige stand van medische voorzieningen in opvanglanden zoals bijvoorbeeld Libanon, Jordanië en Turkije, wordt in de meeste door UNHCR voorgedragen ‘medical needs’ zaken niet voldaan aan de criteria van het medisch sub quotum.   Zoals ik in de beantwoording van de kamervragen 2018Z17657 van de leden Van Oijk en Voordewind heb aangegeven, betekent het sub quotum niet dat Nederland als zodanig een maximum heeft gesteld aan het aantal vluchtelingen met medische aandoeningen dat kan worden geselecteerd en hervestigd. Vanwege meerdere redenen die ook in betreffende beantwoording zijn genoemd is door de jaren heen het sub quotum steeds minder relevant geworden en levert het als zodanig in de praktijk geen beperking op voor de hervestiging van vluchtelingen met een medische aandoening. Nederland accepteert regelmatig vluchtelingen met medische problematiek.   Vraag 4   Welke ruimte ziet u het medisch sub quotum op te hogen en waarvan is dit afhankelijk?   Zijn er nog andere sub quota binnen de 750 hervestigingsplaatsen? Zo ja, welke?   Antwoord vraag 4   Vanwege de constatering dat het medisch sub quotum door de jaren heen steeds minder relevant is geworden, is eerder dit jaar al ambtelijk een traject ingezet om te onderzoeken of het medisch sub quotum als zodanig moet worden gehandhaafd, dan wel afgeschaft of aangepast. Dit traject loopt nog.   Het enige sub quotum dat in de huidige hervestigingspraktijk nog relevant is, betreft het aantal plaatsen dat maximaal wordt gereserveerd voor individuele dossier- en spoedzaken (nota bene: een medische zaak kan ook een dossier- of spoedzaak zijn). Dit sub quotum is ingesteld vanwege de grotere werkbelasting die dit soort zaken met zich meebrengt.   Vraag 5   Klopt het dat chronische ziekten niet vergoed worden door UNHCR vanwege financiële tekorten? Hoe hoog zijn de tekorten?   Antwoord vraag 5   Het gezondheidsprogramma van UNHCR in Libanon richt zich voornamelijk op basisgezondheidszorg en dekt de behandeling van chronische ziekten tot op zekere hoogte. De gezondheidszorg wordt verleend via lokale centra voor publieke gezondheidszorg, waar ook de Libanese bevolking gebruik van maakt. De behandeling van kanker beperkt zich doorgaans tot diagnose en waar mogelijk levensreddende operaties. Financiële steun voor kostbare, langdurige behandelingen als chemotherapie is maar voor een zeer beperkt aantal mensen beschikbaar. Dat geldt overigens evenzeer voor Libanezen in een vergelijkbare positie.   Het financiële verzoek van UNHCR aan landen voor Libanon is volgens recente cijfers voor 60% gedekt. Het totale tekort bedraagt daarmee ongeveer EUR 159 miljoen.   Vraag 6   Hoe kan het tekort aan middelen bij de UNHCR zo groot zijn, aangezien u in uw brief van 12 juli schrijft dat de grootste nood is opgelost? 2)   Antwoord vraag 6   Navraag bij de UNHCR in juni jl. leerde dat de acute nood wat betreft beschikbare middelen voor de Syrië-regio van UNHCR inmiddels was afgewend en dat de organisatie voldoende fondsen had om de komende maanden in de ergste noden te voorzien. Humanitaire hulporganisaties als UNHCR hebben regelmatig te maken met dreigende tekorten binnen lopende programma’s. De noden in humanitaire crises als in Syrië en de buurlanden van Syrië zijn dermate hoog dat de bijdragen van donoren als Nederland hiervoor geen blijvende oplossing bieden. Om accuraat te kunnen reageren op humanitaire crises geeft Nederland algemene (ongeoormerkte) core-bijdragen aan professionele hulporganisaties zoals UNHCR. Daarnaast zijn vanuit middelen voor opvang in de regio ook bijdragen aan UNHCR gegeven om de bescherming en levensomstandigheden van vluchtelingen in Libanon en Jordanië te verbeteren. De dekkingsgraad voor het financieringsverzoek van UNHCR in Libanon ligt momenteel op 60%. Hoewel de financieringsbehoefte hoog blijft, wijkt dit niet ver af van de wereldwijde dekkingsgraad, die op 55% ligt. Voor sommige humanitaire crises ligt dit percentage aanzienlijk lager, zoals bijvoorbeeld de Democratische Republiek Congo, waar het hulpverzoek van UNHCR volgens de laatste cijfers maar voor 11% gedekt is. In Zuid-Sudan is dit 13%.   Vraag 7   Bent u bereid in EU-verband de financiering aan de UNHCR te intensiveren? Zo nee, waarom niet?   Antwoord vraag 7   De EU is reeds een belangrijke donor van UNHCR. In 2017 stond de EU met een bijdrage van EUR 426 miljoen op de derde plaats van wereldwijde donoren. In 2018 telt de bijdrage van de EU aan UNHCR op het moment van schrijven EUR 444 miljoen. In Libanon is de EU momenteel de tweede grootste donor van UNHCR. De EU heeft sinds de aanvang van de Syrische vluchtelingencrisis EUR 173 miljoen besteed aan gezondheidszorg en is daarmee de grootste donor in deze sector. Ook in de komende jaren zal de EU geld beschikbaar blijven maken voor de gezondheidssector, zowel via UNHCR als via andere kanalen.   In 2018 heeft Nederland een algemene (ongeoormerkte) bijdrage aan UNHCR beschikbaar gesteld van EUR 33 miljoen en behoort daarmee tot de top-4 donoren van ongeoormerkte bijdragen aan UNHCR wereldwijd. UNHCR blijft daarnaast de komende jaren voor Nederland een belangrijke partner bij de uitvoering van programma’s voor opvang in de regio. Voor Libanon en Jordanië worden momenteel extra bijdragen aan UNHCR overwogen voor sociale protectie van kwetsbare Syrische vluchtelingen.   Vraag 8   Hoe groot zijn de hervestigingsaantallen per EU-lidstaat in 2018? Bent u van mening dat Nederland en de EU voldoende hervestigingsplekken bieden?   Antwoord vraag 8 Voor een overzicht van de hervestigingsinzet van EU-lidstaten verwijs ik u naar de website: https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-we-do/policies/european-agenda-migration/20180516_annexes_progress-report-european-agenda-migration_en.pdf , Annex 4.   De afgelopen jaren zijn steeds meer EU lidstaten zich gaan bezighouden met hervestiging en het huidige tweejarige EU hervestigingsprogramma ten behoeve van 50.000 plaatsen is meer dan een verdubbeling ten opzichte van het vorige hervestigingsprogramma. Er worden dus al aanzienlijk meer plaatsen geboden.   Ook de hervestigingsinzet van Nederland is de afgelopen jaren substantieel toegenomen, van voorheen jaarlijks ongeveer 500 vluchtelingen op grond van het nationale quotum, naar in 2018 ongeveer 750 vluchtelingen onder het nationale quotum plus de hervestiging op grond van Europese migratiesamenwerking van zo’n 1.000 Syrische vluchtelingen uit Turkije.   Niettemin zijn er nog een aantal lidstaten die niet deelnemen aan het meest recente EU hervestigingsprogramma. Nederland vindt het belangrijk dat alle lidstaten bijdragen aan hervestiging en bevordert dit onder meer door middel van kennisdeling en het aanbieden van ‘twinning’ mogelijkheden.   1) https://zembla.bnnvara.nl/nieuws/kinderen-met-kanker-niet-welkom   2) BZDOC-1235421577-83 Brief minister Kaag van 12 juli jl.   Toelichting:   Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Ojik (GroenLinks), ingezonden 4 oktober 2018 (vraagnummer 2018Z17657).   VERTROUWELIJK  
  Datum: 16 november 2018    Nr: 2018D54820    Indiener: M.G.J. Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Voordewind, Becker en Kuik over het naar voren halen van de Nederlandse bijdrage aan UNRWA

Antwoorden van Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op vragen van de leden Voordewind (ChristenUnie), Becker (VVD) en Kuik (CDA) over het naar voren halen van de Nederlandse bijdrage aan UNRWA.   Vraag 1   Kunt u uitleggen waarom u van mening bent dat Nederland de door toedoen van de Amerikaanse regering ontstane gaten in de begroting van United Nations Relief Works Agency (UNRWA) zou moeten dichten? Is er ook sprake van een specifieke financieringsbehoefte bij UNRWA die deze directe aanvulling van Nederlandse zijde noodzakelijk maakt? Welke concrete nadelige (humanitaire) effecten beoogt u hiermee te voorkomen?   Antwoord   De VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East) heeft 2017 afgesloten met een financieel tekort van USD 49 miljoen op haar algemene budget. Het totale financieringstekort op het algemene budget van UNRWA voor 2018 (USD 720 miljoen) bedraagt op dit moment USD 243 miljoen. De Nederlandse jaarbijdrage van EUR 13 miljoen was reeds voorzien in de begroting van het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2018 (Kamerstuk 34775-XVII) en is vermeld in de brief aan de Tweede Kamer van 7 december jl. ‘Besteding extra middelen noodhulp en opvang in de regio’ (Kamerstuk 34775-XVII, nr. 49).   Het kabinet heeft besloten de geplande jaarbijdrage voor UNRWA versneld beschikbaar te stellen om een acuut financieringsprobleem te mitigeren en UNRWA de kans en tijd te geven om andere donoren te vinden. Hiertoe hadden onder anderen ook de Secretaris-Generaal van de VN en Jordanië verzocht. Vroege betaling – enkele weken eerder dan gebruikelijk – van de reeds begrote bijdrage vult derhalve niet het ‘gat’ op dat door het gedeeltelijk bevriezen van de betaling door de Amerikaanse overheid is ontstaan, maar zorgt ervoor dat de organisatie per direct liquide middelen ter beschikking heeft om de noodzakelijke dienstverlening voort te kunnen zetten.   Ook de Europese Commissie en andere donoren, waaronder Duitsland, Zweden, Ierland, Finland, Italië, Denemarken, Noorwegen, Canada en België hebben toegezegd hun bijdrage voor 2018 versneld beschikbaar te stellen. De Verenigde Staten hebben aangegeven USD 60 miljoen over te zullen maken aan UNRWA en een tweede tranche, ten behoeve van het reguliere budget, van USD 65 miljoen voorlopig aan te houden. Tijdens de Ad-Hoc Liaison Committee voor het Midden-Oosten Vredesproces die op woensdag 31 januari 2018 plaatsvond in Brussel benadrukte de Verenigde Staten nog dat zij de grootste bilaterale donor zijn van UNRWA.   Tijdens een debat over het Midden-Oosten op 25 januari jl. in de Veiligheidsraad benadrukten de VR-leden het belang van UNRWA als VN humanitaire, door de AVVN-gemandateerde, organisatie en als factor voor stabiliteit in de regio. Zonder directe inkomsten aan het begin van 2018 kunnen basisvoorzieningen van UNRWA in de regio niet worden geleverd. In de praktijk betekent dit dat basisonderwijs voor 525.000 jongens en meisjes, acute voedselhulp aan ruim 1,7 miljoen kwetsbare vluchtelingen en toegang tot basisgezondheidszorg voor ruim 3 miljoen Palestijnse vluchtelingen in gevaar komen. Dat zou kunnen leiden tot verdere spanningen in de regio. Ook migratie van Palestijnse vluchtelingen naar onder andere Europa is dan niet uitgesloten.   Vraag 2 Kunt u een inschatting maken welke gevolgen deze versnelde betaling heeft voor de precaire verhoudingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit (PA) en de positie van Nederland?   Vraag 3 Welke mogelijke gevolgen heeft het direct overnemen van een door de Verenigde Staten (VS) bewust gestaakte subsidie op de begroting van UNWRA, op de relatie met de VS en Israël?   Antwoord op vragen 2 en 3   Nederland draagt sinds 1951 jaarlijks financieel bij aan de organisatie. Een versnelde betaling door Nederland aan UNRWA heeft geen impact op de relatie tussen Israël en de PA, noch op de relatie van Nederland met Israël en met de VS. Zoals gemeld in de brief van 17 januari jl. (Kamerstuk 23432, nr. 445) heeft de minister van Buitenlandse Zaken tijdens zijn bezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden onderstreept dat Nederland de politisering van humanitaire hulp onwenselijk acht en dat korten van de steun aan UNRWA een verdere opeenstapeling van spanningen in de regio veroorzaakt, inclusief protesten en confrontaties met de Israëlische Veiligheidsdiensten. Dit zou de relatie tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit onder druk kunnen zetten.   Vraag 4 Welke andere lidstaten van de Europese Unie (EU) hebben eveneens een bijdrage toegezegd en van welke omvang? Is er sprake van afstemming of overleg geweest met uw collega’s binnen de EU? Zo ja, wat was hier de uitkomst van? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Nederland heeft contact gehad met andere donoren naar aanleiding van de financiële situatie en heeft op 21 januari deelgenomen aan de speciaal ingelaste Advisory Commission, het hoogste bestuursorgaan van UNRWA waarin de belangrijkste donoren zitting hebben. De Europese Commissie en een aantal EU-lidstaten, waaronder Duitsland (EUR 4 miljoen), Zweden (EUR 10 miljoen), Ierland (EUR 4 miljoen), Denemarken, Finland, Italië en België (EUR 6 miljoen) hebben eveneens toegezegd om hun bijdrage voor 2018 versneld over te maken aan UNRWA.   Vraag 5   Is er door de Palestijnse Autoriteit en/of UNWRA eerst een beroep gedaan op de Arabische en andere regionale partners zoals Saoedi-Arabië, Turkije, Qatar en Koeweit, om de gaten in de begroting van UNRWA te dichten, aangezien Nederland al een van de grootste donoren is? Zo ja, hoe reageerden de Arabische en regionale partners? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   UNRWA heeft direct gehandeld door met spoed een bijeenkomst van de Advisory Commission te beleggen om de kritieke financiële situatie met alle donoren te bespreken. Bij dit overleg zitten ook de Arabische en andere regionale partners aan tafel. UNRWA heeft tevens bilateraal contact met de regionale partners, die de afgelopen jaren ook financieel hebben bijgedragen. Saoedi-Arabië was de afgelopen jaren een top 5 donor met bijdragen van ruim USD 140 miljoen (2016). Ook Koeweit en Qatar dragen elk jaar bij aan UNRWA. Jordanië en Libanon leveren als gastlanden van grote aantallen vluchtelingen al een belangrijke bijdrage aan de opvang in de regio. Afgesproken is om op korte termijn een ministeriële bijeenkomst te beleggen over de ontstane situatie. Nederland zal samen met Europese partners de Arabische landen en andere partners oproepen om de financiële bijdrage aan UNRWA aanzienlijk te verhogen. Tijdens eerdergenoemde Ad Hoc Liaison Committee dankte Commissioner-General van UNRWA, Pierre Krähenbühl, de landen die eerder betalen en bevestigde hij dat UNRWA dit geld gebruikt om tijd te winnen om nieuwe donoren te vinden.   Mede naar aanleiding van de terugkerende financiële tekorten van UNRWA heeft de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in april 2017 een rapport uitgebracht met een aantal aanbevelingen voor verbreding van de financiële basis van UNRWA. Hij roept donoren op om vrijwillige bijdragen te verhogen en het aantal donoren te vergroten, mogelijkheden te onderzoeken voor een verhoging van de bijdrage uit het reguliere VN-budget en medefinanciering via partnerschappen met internationale financiële instellingen, waaronder de Wereldbank, internationale fondsen en de private sector. Nederland steunt deze oproep en zal bij relevante instellingen bepleiten om met concrete voorstellen te komen. Zo heeft het kabinet de Wereldbank gevraagd om de mogelijkheden hiervoor te onderzoeken.   Vraag 6   Welke precedentwerking schept deze versnelde betaling voor vermindering van mogelijke andere hulpgelden door de Amerikanen? Overweegt u andere kasschuiven of bezuinigingen van de Amerikaanse regering ook op te vullen? Zo ja, welke hebt u op dit moment in overweging? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   De regering voorziet op dit moment geen versnelde betalingen aan organisaties die eventueel minder hulpgelden zullen ontvangen van de Verenigde Staten. Het enigszins vervroegd in het jaar overmaken van reeds geplande financiële bijdragen voor specifieke of humanitaire noden past volgens het kabinet onder verantwoord donorschap. Nederland voert daarmee de afspraken uit die hierover tijdens de World Humanitarian Summit op 23-24 mei 2016 in Istanbul zijn gemaakt.   Vraag 7   Is er overwogen om voor de versnelde betaling EU hoge vertegenwoordiger Mogherini dit eerst te laten aankaarten bij de Trump-regering voordat er al over wordt gegaan tot betalingen? Zo nee, waarom niet?   Vraag 8   Waarom kiest u ervoor om 13 miljoen euro versneld te besteden aan UNRWA, terwijl er zoveel andere urgente groepen denkbaar zijn die versneld hulp kunnen gebruiken?   Antwoord op vragen 7 en 8   Nederland heeft bilateraal contact gehad met andere donoren naar aanleiding van de financiële situatie en heeft zoals eerder gesteld ook deelgenomen aan de speciaal ingelaste Advisory Commission. De Verenigde Staten nemen ook deel aan dit overleg.   Het kabinet heeft besloten de geplande jaarbijdrage voor UNRWA versneld beschikbaar te stellen om een acuut financieringsprobleem te mitigeren en de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en UNRWA de kans en tijd te geven om andere donoren te vinden. Dit zorgt ervoor dat de organisatie per direct liquide middelen ter beschikking heeft om de noodzakelijke dienstverlening voort te kunnen zetten. Zoals eerder gesteld hebben inmiddels ook de Europese Commissie en een aantal EU-lidstaten en andere donoren toegezegd hun bijdrage voor 2018 versneld beschikbaar te stellen.   Vraag 9   Indien UNRWA aan het einde van het jaar weer geld tekort komt, bent u dan weer voornemens om hun middelen aan te vullen?   Antwoord   De afgelopen jaren heeft Nederland later in het jaar additionele bijdragen aan UNRWA gegeven, soms voor specifieke situaties, zoals Gaza of de opvang van Palestijnse vluchtelingen in en uit Syrië. De totale jaarlijkse Nederlandse bijdrage aan UNRWA bedroeg de afgelopen 10 jaar gemiddeld ruim EUR 20 miljoen per jaar. In 2016 en 2017 was Nederland daarmee de 10e donor van UNRWA.   Het kabinet is niet bij voorbaat voornemens om UNRWA aan het eind van het jaar met een aanvullende bijdrage te steunen. Net als in voorgaande jaren zal de situatie later in het jaar opnieuw worden bekeken. Hoe dan ook zal Nederland UNRWA blijven steunen bij het verbreden van de donorbasis en Arabische landen en andere partners oproepen om hun financiële bijdrage aan UNRWA te verhogen.   Vraag 10   Klopt het dat UNRWA al dan niet gewild betrokken is (geweest) bij de opslag van wapens en bij haatzaaiing en vijanddenken via verstrekte onderwijsmaterialen en uitlatingen van medewerkers op Social media? Hoe gebruikt Nederland de positie als grote donor om te voorkomen dat UNRWA enerzijds de voor de Gazanen zo bitter noodzakelijke voorzieningen biedt, maar anderzijds - in sommige gevallen - ook het conflict zou blijven voeden?   Antwoord   Op 1 juni 2017 bracht UNRWA naar buiten dat er zich een tunnel zou bevinden onder het terrein van twee UNRWA-scholen in Gaza. In een verklaring heeft UNRWA laten weten de aanleg en het bestaan van dergelijke tunnels sterk te veroordelen en deze te beschouwen als een gevaar voor zowel studenten als staf. UNRWA heeft de tunnel onder de twee scholen onmiddellijk afgesloten. UNWRA heeft dit zelf ontdekt en naar buiten gebracht.   Op meerdere Facebookpagina’s die in verband zijn gebracht met UNRWA werden onacceptabele uitspraken gedaan. De pagina’s waren echter niet van UNRWA zelf. Op verzoek van UNRWA heeft Facebook sindsdien meer dan 90 pagina’s verwijderd. UNRWA veroordeelt alle vormen van antisemitisme en racisme en heeft de berichten in diens naam op Facebook altijd als onacceptabel beschouwd.   Tegen werknemers die zich niet houden aan de gedragscode van UNRWA worden disciplinaire maatregelen genomen. Ten aanzien van de vraag naar verstrekt onderwijsmateriaal, verwijst het kabinet naar de antwoorden op Kamervragen met kenmerk 2017Z13091 d.d. 3 oktober 2017, en de antwoorden op Kamervragen ingezonden op 5 april 2017, Aanhangsel van de Handelingen 1853, vergaderjaar 2016-2017, d.d. 15 mei 2017.
  Datum: 1 februari 2018    Nr: 2018D03470    Indiener: S.A.M. Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Gerrit van Faassen - YouTube Christmas Food Court Flash Mob, Hallelujah Chorus - Must ... Königgrätzer Marsch - YouTube Giuseppe Verdi - Il Trovatore - Anvil Chorus - YouTube The New York City Evolution Animation - YouTube

FINDBUCH BRAHMS Datenbank über den Gesamtbestand des Brahms-Instituts. Hinweise zur Nutzung finden Sie hier.. Suchbegriff: 60 Tweede Binêre opsies strategie: aangewys as die 1 hulpmiddel vir 60 tweede binêre handel: voorspel breakouts met Binary Breakout V8.0 Eli... Thursday, October 20, 2016. 60 Tweede Handel Stelsel Skakel 60 Tweede Handel Stelsel Trading 60 sekondes binêre opsies met behulp van die Donchian Channel Trading 60 sekondes binêre opsies met behulp van die Donchian Channel Trading 60 sekondes binêre opsies met behulp van die Donchian Channel Hallo, liewe volgelinge en binêre opsies handelaars. Niks werk op die mark al die tyd, want dit is irrasioneel en dit is besig om al die tyd. Ons het soms 'n ... 60 Tweede Binêre opsies strategie: Aangewys as die # 1 hulpmiddel vir 60 tweede binêre handel: voorspel breakouts met Binary Breakout V8.0 E...

[index] [6407] [6777] [6527] [3105] [7704] [5414] [2015] [1847] [5519] [2704]

Gerrit van Faassen - YouTube

Channel of Wim Pelgrim, teacher of Dutch Language and literature and webcaster about everything blockchain. Check this out on YouTube Music. A new music service with official albums, singles, videos, remixes, live performances and more for Android, iOS and desktop.... 60 videos Play all Klaas Jan Mulder - Playlist. 36 videos ... Handel Entry Queen of Sheba diverse uitvoeringen - Playlist. 18 videos Play all Bach tocatta en fugue - Playlist. 7 videos Play all ... The Anvil Chorus is the English term for the Coro di zingari (Italian Gypsy chorus), a piece of music from Act 2, Scene 1 of Giuseppe Verdi's Il trovatore (The ... http://www.AlphabetPhotography.com - On Nov.13 2010 unsuspecting shoppers got a big surprise while enjoying their lunch. Over 100 participants in this awesome ...

#